Oudere werklozen flink de dupe bij verhoging AOW-leeftijd

Een sluipende pensioenkloof

Sinds 2013 is de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd van 65 naar 67 jaar. De officiële redenering is helder: mensen leven langer, dus werken ze langer mee. Maar voor een specifieke groep Nederlanders pakt die redenering bijzonder onrechtvaardig uit: oudere werklozen die na hun zestigste hun baan verliezen en er niet in slagen opnieuw aan de slag te komen.

Zij zitten knel in een structuur die hen weinig ruimte laat. De WW loopt op een gegeven moment af, de AOW-leeftijd is opgeschoven, en de kans op een nieuwe baan daalt dramatisch naarmate iemand ouder wordt. Het gevolg: een groeiend inkomensgat in de laatste jaren vóór het pensioen.

De arbeidsmarkt keert zich af van zestigplussers

Werkgevers blijken in de praktijk nauwelijks bereid oudere werkzoekenden een kans te geven. Mensen die rond hun zestigste werkloos raken, sturen soms honderden sollicitatiebrieven zonder één uitnodiging te ontvangen. Pas wanneer ze de AOW-leeftijd bereiken en werkgevers geen pensioenpremies meer hoeven af te dragen, lijken sommige werkgevers plotseling wél geïnteresseerd — maar dan is voor velen de motivatie allang verdwenen.

Vakbond FNV signaleerde dit probleem al langer en lanceerde een campagne om de politiek wakker te schudden. Volgens FNV-adviseurs gaat de overheid te gemakkelijk mee in het verhaal dat de krappe arbeidsmarkt het voor iedereen makkelijker maakt om werk te vinden. Voor zestigplussers geldt dat simpelweg niet: zij zijn sterk oververtegenwoordigd in de groep langdurig werklozen.

De IOW als vangnet — met beperkingen

Voor wie na zijn zestigste (en 4 maanden) werkloos raakt, bestaat na het aflopen van de WW de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Deze uitkering van UWV loopt door tot aan de AOW-leeftijd en heeft als groot voordeel dat het inkomen en vermogen van een partner er niet in meegewogen worden. Dat maakt het een stuk gunstiger dan de bijstand.

Toch kent de IOW stevige beperkingen:

  • De uitkering bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Per 1 januari 2026 is dat zo’n € 1.331 netto per maand (exclusief vakantiegeld).
  • Wie op het moment van werkloosheid jonger was dan 60 jaar en 4 maanden, komt er niet voor in aanmerking.
  • De IOW is een tijdelijke regeling — niet structureel verankerd in de wet. Meerdere keren is er discussie geweest over afschaffing of beperking ervan.
  • Eventuele pensioen- of loongerelateerde uitkeringen worden op de IOW in mindering gebracht.

Voor mensen die tussen de 55 en 60 jaar werkloos worden én vóór 1 januari 1965 zijn geboren, bestaat de IOAW (Inkomensvoorziening voor oudere en arbeidsongeschikte werklozen), uitgevoerd door de gemeente. Daarbij telt het inkomen van de partner wél mee.

Drie maatregelen stapelen zich op

Het probleem is niet op zichzelf staand. Drie beleidswijzigingen versterken elkaar en werken samen nadelig uit voor oudere werklozen:

  1. Verhoging van de AOW-leeftijd — van 65 naar 67 jaar, met verdere stijging richting 67 jaar en 3 maanden in 2028 en daarna.
  2. Verkorting van de maximale WW-duur — vanaf 2019 is de maximale WW-periode teruggebracht van 38 naar 24 maanden.
  3. Afschaffing van het vroegpensioen — werknemers kunnen niet meer eerder stoppen met werken zonder forse fiscale consequenties.

De combinatie van een langere weg naar de AOW, minder WW-maanden en een nagenoeg gesloten arbeidsmarkt voor zestigplussers creëert een situatie die voor veel mensen onoverkomelijk is. Wie geen spaargeld heeft, geen eigen woning, of een partner zonder inkomen, heeft nauwelijks alternatieven.

Passief substitutie-effect: de stille kostenpost

Onderzoek van SEO Economisch Onderzoek laat zien dat de verhoging van de AOW-leeftijd geen actief gedragseffect teweegbrengt: ouderen stoppen niet bewust eerder met werken om van uitkeringen gebruik te maken. Wél is er een zogeheten passief substitutie-effect: mensen die al in de WW, WIA of bijstand zitten, verblijven langer in die regelingen doordat de AOW verder weg is geraakt.

Dat kost geld. En het legt druk op uitvoeringsorganisaties als UWV en gemeenten. Tegelijkertijd biedt de politiek geen structurele oplossing: de IOW blijft een tijdelijke maatregel die steeds met enkele jaren verlengd wordt, zonder de fundamentele ongelijkheid aan te pakken.

Wat kunt u doen als u in deze situatie zit?

Als u ouder bent dan 60 jaar en werkloos raakt — of dreigt te raken — zijn dit de belangrijkste stappen:

Controleer uw recht op WW. De maximale WW-duur is 24 maanden. Per gewerkt jaar bouwt u de eerste tien jaar één maand recht op; daarna een halve maand per jaar. Check uw rechten via uwv.nl.

Vraag tijdig IOW aan. Na afloop van uw WW kunt u via UWV IOW aanvragen, mits u bij aanvang van de werkloosheid 60 jaar en 4 maanden of ouder was. De IOW loopt automatisch door tot uw AOW-leeftijd.

Informeer naar de IOAW als u tussen de 55 en 60 jaar was bij aanvang van werkloosheid en vóór 1965 bent geboren. Dit loopt via uw gemeente.

Bekijk uw pensioenopbouw. Op mijnpensioenoverzicht.nl ziet u welk aanvullend pensioen u heeft opgebouwd en wanneer dit ingaat.

Raadpleeg een financieel adviseur. Zeker als u een eigen woning heeft, spaargeld, of een partner met inkomen, is maatwerk nodig om te beoordelen welke regelingen op u van toepassing zijn.

De bredere boodschap

De verhoging van de AOW-leeftijd was bedoeld om het pensioenstelsel betaalbaar te houden voor een vergrijzend Nederland. Dat doel is legitiem. Maar de uitwerking is niet neutraal: wie gezond blijft en makkelijk werk vindt, plukt de vruchten van meer werkjaren. Wie na zijn zestigste op straat staat, betaalt de rekening — letterlijk.

Zolang werkgevers oudere werknemers blijven mijden, en zolang de IOW een tijdelijk lapmiddel blijft in plaats van een structurele voorziening, zal de kloof voor deze groep blijven bestaan. De vergrijzing vraagt om beleid dat rekening houdt met de kwetsbare positie van oudere werklozen — niet om maatregelen die hen steeds verder in de knel drijven.

← Terug naar overzicht